In het kort
- Er bestaat geen aparte SCIOS-scope voor laadpalen. Bij oplevering wordt getoetst aan NEN 1010, daarna periodiek volgens NEN 3140. Bij een Scope 10-keuring worden laadpunten als deel van de installatie beoordeeld.
- De keuring gaat over het laadpunt én de installatie erachter: verdeelinrichting, kabels, aardlekbeveiliging en de capaciteit van de aansluiting.
- Voor nieuwe laadpunten in een parkeergarage stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) extra eisen, zoals een voorziening om alle laadpunten tegelijk uit te schakelen.
- Bespreek de keuring vóór het ALV-besluit over laadpalen, en neem de periodieke keuring op in het MJOP.
Wat is een laadpaalkeuring?
Een laadpaalkeuring is een controle van de laadpunten en de elektrische installatie die ze voedt. Een laadpaal vraagt urenlang een flinke stroom. Dat is iets anders dan een wandcontactdoos voor een stofzuiger. Een te dunne kabel, een slechte aansluiting of een verkeerde beveiliging kan bij langdurige belasting warm worden.
Er bestaat geen aparte SCIOS-scope voor laadpalen. De keuring sluit aan bij de normen die al bestaan:
- NEN 1010 voor de aanleg. Laadpunten moeten aan deze norm voldoen. Bij oplevering wordt gecontroleerd of dat zo is.
- NEN 3140 voor de periodieke inspectie van de installatie die in gebruik is.
- Scope 10: laat de VvE een Scope 10-keuring doen, dan worden aangesloten laadpunten als onderdeel van de installatie op brandrisico beoordeeld.
Wanneer is een keuring nodig?
Een keuring is in de regel geen wettelijke plicht voor een VvE. Er zijn wel goede momenten om de laadinfrastructuur te laten keuren:
- Bij oplevering van nieuwe laadpunten, als onafhankelijke controle naast de oplevering door de installateur.
- Periodiek, omdat laadpunten intensief worden gebruikt en in een garage vaak met vocht, vuil en aanrijdgevaar te maken hebben.
- Als de verzekeraar ernaar vraagt, bijvoorbeeld na een melding van laadpalen in de garage.
- Als er meerdere partijen laadpunten hebben aangelegd en niemand meer precies weet wat er ligt.
Voor nieuwe laadpunten in een parkeergarage stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) extra eisen. Laadpunten moeten zijn uitgevoerd als mode 3 of mode 4 volgens NEN 1010, er moet een voorziening zijn om alle laadpunten tegelijk uit te schakelen, en bij de toegang van de garage moet informatie staan over die voorziening en over waar de laadpunten zitten. Bestaande laadpunten die niet worden aangepast, vallen niet onder deze nieuwe eisen. Actuele uitleg vindt u op IPLO.
Let op het Verbond van Verzekeraars en het NIPV hebben adviezen gepubliceerd over veilig parkeren en laden in parkeergarages. Vraag de verzekeraar van de VvE vóór de aanleg welke voorwaarden zij stelt.
Wat valt eronder in een VvE-complex?
Laadpunten in een VvE komen in verschillende vormen voor:
- Collectieve laadinfrastructuur van de VvE, vaak met een eigen verdeelinrichting en slimme verdeling van het vermogen.
- Individuele laadpalen van eigenaren op hun eigen parkeerplaats, aangesloten op de meterkast van het appartement of op een aparte meter.
- Laadpunten van een exploitant, die de VvE een plek in de garage of op het terrein heeft gegeven.
Bij de keuring kijken we onder meer naar:
- de verdeelinrichting en de beveiliging per laadpunt, inclusief de aardlekbeveiliging;
- de kabelroutes door de garage, bevestiging en brandwerende doorvoeren;
- de capaciteit van de aansluiting en de verdeling van het vermogen;
- bescherming tegen aanrijden, vocht en vuil;
- de uitschakelvoorziening en de informatie bij de toegang, als die vereist zijn.
Meer over garages leest u op parkeergarage.
Zo verloopt de keuring
- Inventarisatie. U geeft het aantal laadpunten door, wie ze heeft aangelegd en hoe ze zijn aangesloten. Binnen één werkdag ontvangt u een offerte met een vaste prijs.
- Planning. We spreken een datum af en sturen een bericht voor de bewoners die laden.
- Visuele inspectie. Laadpunten, kabels, verdeelinrichtingen en de omgeving worden nagelopen.
- Metingen en functietest. Onder meer aarding, isolatieweerstand en de werking van de aardlekbeveiliging.
- Rapport. U ontvangt een rapport per laadpunt, met bevindingen en een advies voor de volgende keuring.
De algemene stappen staan op werkwijze.
Wat moet het bestuur of de beheerder voorbereiden?
- Een overzicht van de laadpunten: waar ze zitten, van wie ze zijn en wie ze heeft aangelegd.
- Opleverdocumenten en schema's van de installateur, als die er zijn.
- Toegang tot de garage, verdeelinrichtingen en zo nodig de meterkasten van appartementen.
- Een bericht aan bewoners dat laadpunten kort uit kunnen gaan.
Tip besluit de ALV over het plaatsen van laadpalen? Leg dan meteen vast hoe en hoe vaak de laadinfrastructuur wordt gekeurd, en wie de kosten draagt. Neem de periodieke keuring op in het meerjarenonderhoudsplan (MJOP).
Rapport en gebreken
Het rapport beschrijft de bevindingen per laadpunt en per verdeelinrichting, met de plek en de ernst. Is een laadpunt direct onveilig, dan meldt de inspecteur dat ter plekke, zodat het buiten gebruik kan worden gesteld. Het herstel mag elke vakbekwame installateur doen, vaak de partij die de laadpunten heeft geplaatst. Gaat het om een laadpaal van een individuele eigenaar, dan is het herstel meestal voor diens rekening; leg dat vast in de afspraken binnen de VvE.
Combineren met andere keuringen
Laadpunten hangen aan de gemeenschappelijke installatie. Daarom is het logisch om de laadpaalkeuring te combineren met een Scope 10-keuring of een Scope 8-keuring. Liggen er ook zonnepanelen op het dak of staat er een batterij, dan kunnen Scope 12 en de batterijkeuring in hetzelfde bezoek mee. Op elke extra keuring in hetzelfde bezoek krijgt u 10% combinatiekorting. Bekijk de opbouw op tarieven.